Het kerkhof van Vorden (gast column van Wim Haytink)

Mijn zoektocht naar de graven van mijn overgrootouders en betovergrootouders bracht me naar het kerkhof in Vorden. Een dorp in de Achterhoek. Een kerkhof waar machtige beukenbomen staan. Noestige eikenbomen met grillig gevormde takken. Afgewisseld met dennenbomen, de stammen kaarsrecht en de kruin hemelhoog. Grote groepen rododendrons omringen de bomen, nu nog alleen met donkergroen blad. Straks in juni met een rijke bloemweelde, in de kleuren van zachtroze naar donkerroze. Op de grond, tussen het groene blad van het speenkruid bloeit een enkel sneeuwklokje. Bij de bloei in maart zal de aarde bedekt zijn met een geel tapijt van speenkruid.

Grote historische graven in de vorm van grafkelders zijn aanwezig op dit kerkhof. Deze zijn van de adel woonachtig op één van de acht kastelen rondom dit dorp. Nu zijn ze een rijksmonument. Maar ook zijn er gewone graven, van bekende en minder bekende dorpsbewoners. Sommige scheef gezakt en met mos bekleed. De oorlogsgraven van militairen. Al die graven tezamen vertellen de grote en kleine verhalen, van dorpsbewoners in de voorbije tijd. Zo liep ik hier te zoeken naar het verborgen verleden van verre familie van mij. Op het oudste gedeelte van het terrein staan naast grafzerken betonpaaltjes, met een nummer erop. Op de foto van de grafzerk zijn er nog een paar zichtbaar. Een aantal keren dacht ik aan het woord struikelstenen, toen ik met mijn voet achter zo’n paaltje bleef haken, bij het zoeken van een bepaald grafnummer. Struikelstenen worden wel gebruikt om een persoon te gedenken, maar zijn niet aanwezig op een begraafplaats. Opvallend is dat de boerderijnaam veelal op de grafsteen staat vermeld. Dit zie je op meer begraafplaatsen in de Achterhoek. Op de afgebeelde foto staat de boerderijnaam ‘de Weppel’. Geen vermelding van Pieterszoon of Janszoon. Nee de boerderijnaam, want die bleef in de familie en ging van generatie op generatie. Zeker in een dorp waar een naam, in dit geval Lenselink, veelvuldig voorkwam, is de boerderijnaam praktisch. Bij het verlaten van het kerkhof, viel mijn blik op de tekst aan weerszijden van het hek.

“Uit nacht rijst morgenrood, het leven uit den dood”. Het is een gedicht van de dichter A.C.W. Staring. Een bewoner indertijd van het kasteel de ’Wildenborch’ in Vorden. Nu is hij één van de mensen die op dit kerkhof ligt. Voor wie de vorm van het graf er niet meer toe doet. Maar zijn poëzie, die verbonden is met Pasen, blijft. Ik heb niet vaak de Paasboodschap – zo krachtig- in tien woorden verwoord gezien.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.