De pastorietuin laat zich de laatste tijd van haar vrije kant zien. Hier en daar neemt de verwildering het over, en eerlijk gezegd heeft dat zo zijn charme. Plotseling duiken er bloemen op die er vroeger nooit stonden. Zo begroet mij sinds kort, elke ochtend opnieuw, een stralende gele Morgenster.
Ik moet bekennen dat ik haar niet meteen herkende. Wel viel me op hoe rank en hoog ze boven de andere gele voorjaarsbloemen uitstak. Hoger dan boterbloemen, hoger dan speenkruid. Een snelle zoekactie op mijn telefoon gaf uitsluitsel: het was een Morgenster. Alleen die naam al geeft de bloem, naast haar sierlijke verschijning, iets bijzonders.
Sterren horen bij de nacht. Ze schitteren wanneer de wereld donker is, en wie op vakantie wel eens omhoogkijkt, weet hoe adembenemend een sterrenhemel kan zijn. Maar een ster die in de morgen straalt… dat is van een andere orde. Een kleine verrassing, zomaar tussen het gras.
Volgens tuinman Christian, de man die onze kerktuin met zoveel liefde verzorgt, zie je de Morgenster niet vaak in Aalsmeerse tuinen. Ze voelt zich meer thuis langs wegen en in weilanden. Misschien maakt dat haar verschijning in de pastorietuin juist zo bijzonder.
Morgenster
Wat je niet snel in een tuingids of op internet zult vinden, is dat de naam Morgenster ook klinkt in de Bijbel en in het Liedboek. Velen zingen het lied gemakkelijk mee “Hoe helder staat de morgenster, en straalt mij tegen van zover…” (lied 518). Een lied dat onlosmakelijk verbonden is met Epifanie, het feest van de verschijning van de Heer, zoals beschreven in Matteüs 2,1-12 en in Openbaring (2,28 en 22,16).
En dan gebeurt er iets moois: een lied uit 1597/1598, geschreven door Philipp Nicolai, waait bijna letterlijk de eeuwen door en landt zomaar in een tuin. In een eenvoudige gele bloem die, alleen al door haar naam, iets vertelt over Gods schepping, Zijn verschijnen en nabijheid.
Een kleine ster in de ochtend. Een klein verhaal over het heilige dat soms gewoon tussen het onkruid oplicht.
Tekst Ria Stolk
