Posts Tagged “interieur”

Kort geleden moest ik gezang 21 spelen, “Alles wat adem heeft love de Here “ . Dat bracht mij op het volgende idee.  Soms wordt mij wel eens door een gemeentelid gevraagd wat er onlangs aan het orgel veranderd is. Ik ga dit in het kort proberen uit te leggen.

Weet u de overeenkomst tussen een mens en een blaasinstrument? Wel, om ze goed te laten klinken hebben ze beide voldoende adem, (lucht), nodig.

Het kerkorgel is als het ware een groot blaasinstrument en heeft veel lucht, (hierna te noemen “wind”)  nodig, u zult begrijpen dat ongeveer 2000 pijpen, variërend van 10 cm tot 3,5 meter heel veel wind vragen.

Lees de rest van dit artikel »

Tags:,

Comments Reageren uitgeschakeld

Hier vindt u alle informatie over het interieur van de Open Hof Kerk.

Tags:, , , ,

Comments Geen reacties »

Na een grondige reiniging en plaatsing in een nieuwe omlijsting, hebben de 4 gebrandschilderde glas in lood ramen uit de Zuiderkerk een nieuwe plaats in de Open Hof Kerk gekregen.


Op 11 november 1953 werden deze ramen door Prof. Berghoef aan de Zuiderkerk geschonken. Aardig om te lezen is -in het verslag uit het kerkblad van 14 november 1953- wat de ramen voorstellen en de manier waarop dit geschenk tot stand kwam:Vier gebrandschilderde ramen aangeboden.

Het was voor de Ned. Herv. Gemeente in Zuid op woensdag 11 november 1953 een zeer belangrijke dag. Op die dag werd door Prof. Berghoef een geschenk aangeboden voor de Zuiderkerk.

En wat een geschenk. Het bestaat uit vier gebrand-schilderde ramen, voorstellende de vier Evangelisten Mattheus, Markus, Lukas en Johannes. Dat de gemeente hiervan onkundig is gebleven vindt zijn oorzaak in het verzoek van Prof. Berghoef deze aanbieding in beperkte kring te doen plaatsvinden.

Woensdagmorgen 11 uur hadden zich in de Zuiderkerk verenigd: het vrijwel voltallige college van kerkvoogden en notabelen, Ds. Heymans, Prof. Berghoef, Ir. H. Klarenbeek en de heer J.P. Berghoef, vergezeld van hun echtgenoten. Door Prof. Berghoef werd een uiteenzetting gegeven hoe men reeds in de grijze oudheid in verschillende kunstwerken van religieuze oorsprong de vier Evangelisten uitbeeldde, Mattheus als een engel, Markus als een leeuw, Lukas als een os of stier en Johannes als een arend of adelaar. Op verzoek van Prof. Berghoef werd door Ds. Heymans op Schriftuurlijke gronden aangetoond hoe men tot deze symbolische uitbeelding was gekomen. De oorsprong wordt gevonden in het gezicht van de profeet Ezechiël , het bekende en toch zo onbegrijpelijke nachtgezicht, waar de profeet een voorstelling geeft van het gezicht en dan schrijft: het eerste had het aangezicht van een mens of engel, het tweede het aangezicht van een leeuw, het derde het aangezicht van een rund en het vierde het aangezicht van een arend of adelaar. Dit heeft de oude Christelijke kerk overgebracht op de vier Evangelisten, vandaar deze voorstelling.

Door Prof. Berghoef werd nog medegedeeld dat de kunstenaressen, de ontwerpster en maakster van de ramen, Mevr. Schilt-Geesink, zeer tot haar spijt niet aanwezig kon zijn.

Door de President-Kerkvoogd werd daarna met een woord van hartelijke dank het geschenk aanvaard, waarbij hij de wens uitsprak dat deze ramen tot in de verre toekomst een sierraad mogen blijven voor de Zuiderkerk.

Nadat nog gezamenlijk gezongen was Gez. 113 vers 1 en 5: “Heugelijke tijding” en “woord waarop wij bouwen”, was deze korte en toch zo belangrijke plechtigheid ten einde.

Tenslotte, overtuigd namens de gehele gemeente te spreken, een woord van bijzondere dank aan de schenker van deze ramen, die daarmede getoond heeft zijn liefde voor Aalsmeer en zijn interesse voor de Zuiderkerk.

P.v.d. Meer., Pres.-Kerkvoogd.

De kunstenares Femina (Femmy) Schilt-Geesink (1908-1988) heeft meer dan 150 ramen in openbare gebouwen kerken, gemeentehuizen, scholen en musea op haar naam staan en wordt omschreven als een muzikale wiskundige mystica (beoefenaarster van de mystiek: geheimzinnig, o.a. het hartstochtelijk streven naar vereniging van de ziel met God).

Naast haar scheppingsdrang speelde zij ook voortreffelijk piano. Dat bracht haar er  aanvankelijk toe een muziekopleiding te volgen aan het Amsterdams Conservatorium. Het werd echter de Rijksacademie van Beeldende kunsten. Het zelf scheppende kreeg voorrang bij het herscheppende auditieve. Muziek bleef een grote inspiratiebron. Melodie, harmonie en ritme trof zij aan bij de Kathedraalbouwers uit de Middeleeuwen en zij verwerkte die drie-eenheid veelvuldig in haar composities.
Voor zover is na te gaan, is Aalsmeer -naast de 4 glas-in-lood vensters uit de Zuiderkerk- nog drie kunstwerken van haar hand rijk. Zo dook bij de verbouwing in het Oude Raadhuisje in het jaar 2000 een wandschildering (op hout) en twee glas-in-lood vensters uit 1950 weer op, die vervolgens verhuist werden naar het gemeentehuis.

 

Een glas-in-lood venster werd als dank van de gemeente Lent (nu een deel van de gemeente Nijmegen) aan Aalsmeer aangeboden, omdat na de bevrijding, de Aalsmeerse kwekers Lent van glas (toen een schaars artikel) voor hun kassen voorzag (Links)In de onderste 6 vakken ziet men het gezin (Aalsmeer), waar een knaapje (Lent) hongerig en ontredderd binnentreed (zie het gebaar van zijn vragende handen). Daarboven geeft de moeder het dagelijkse brood, terwijl de vader zaadkorrels schenkt opdat het leven in Lent zich kan voortzetten, “omdat die zelve weet en ziet allen vertroosten kan” (nu te zien in het trappenhuis van het gemeentehuis).
Het andere glas-in-lood venster (1950) werd geschonken door de busonderneming Maarse & Kroon (rechts). De voorstelling verwijst hier symbolisch naar Aalsmeer en de bloemen. In vier figuren zijn de elementen aarde, water, vuur en lucht uitgebeeld. De zittende vrouwenfiguur verwijst naar de aarde, de groeikracht, die pas tot recht komt door water. Daar bovenuit stijgt de figuur die de fakkel draagt. De vlam gaat over in de gestalte in de lucht, de bevrijde mens die naar alle zijden haar bloemen uitstrooit. De kleuren van het glas zijn zwaar en donker; men mocht er van buitenaf niet doorheen hunnen zien. Rechts onderin is een gedicht van Guido Gezelle (1830-1899) opgetekend:Milde en goed

Zo wilde ik wezen

Als de riekende eerdebezen

Als de lelie blank en fijn

Geurig als de rosmarijn.

(nu te zien in het trappenhuis van het gemeentehuis)

Op de wandschildering (links) staat een kaart van Aalsmeer afgebeeld:

waarop omgeven door voorstellingen die corresponderen met de levenscyclus: geboorte, puberteit, huwelijk, ouderschap en dood. Bij al deze rituelen worden Aalsmeerse bloemen gebruikt. De geblinddoekte Vrouwe Justitie zweeft boven de voorstelling met rode en witte bloemen in de weegschaal als symbool dat de gerechtigheid zich niet laat leiden door uiterlijke schijn (nu te zien in de benedengang van het gemeentehuis).

Tenslotte: Haar man Johan Lodewijk Schilt -ook glazenier- is ver in de negentig en woont al jaren in het vegetarisch verzorgingshuis Felixoord in Oosterbeek. In 2008 besloot hij dat het de hoogste tijd werd om het werk van zijn in 1988 overleden vrouw Femmy in een boek te beschrijven. ‘Het verhaal achter haar Ramen. Ode aan Femmy Geesink’,

ISBN 978-90-78215-53-0, Uitgeverij Kontrast Oosterbeek.

En vergeet vooral niet eens te ” Google” op Internet, want ook daar is nog veel over haar en haar werk te vinden.

Dionijs Brugman, 24 maart 2010

 

 

Tags:, , ,

Comments Geen reacties »

Het orgel van de Open Hof Kerk is naar alle waarschijnlijkheid van Duitse oorsprong. Echter, wie de bouwer ervan is, is niet meer te achterhalen. In 1906 werd het instrument aangekocht door de gereformeerde Westerkerk te Groningen en vanuit Duitsland overgeplaatst.

Er zijn zowel in Duitsland als in Groningen nogal wat wijzigingen aan intonatie en dispositie aangebracht, zodat moeilijk is aan te geven hoe de oorpsronkelijke dispositie was.

Zoals het thans in Aalsmeer is opgesteld hebben we te maken met een “rein” mechanisch orgel, bestaande uit een “hoofdwerk”, (onderklavier), een “nevenwerk”, (bovenklavier) en een vrij pedaal.
De pijpen van het pedaal (voetklavier), staan achter het orgel. Die van het “nevenwerk” staan in de onderkas. En de pijpen van het “hoofdwerk” staan opgesteld achter de frontpijpen. Dus op gelijke hoogte daarvan.

Scroll helemaal naar beneden om enkele video’s te zien van het orgel.

 

Hieronder laten we de dispositie volgen.

HOOFDWERK NEVENWERK PEDAAL
Prestant 8 Holpijp 8 Subbas 16
Bourdon 16 Quintadeen 8 Violon 16
Portunaal 8 Prestant 4 Octaaf 8
Gamba 8 Roerfluit 4 Gedekt 8
Octaal 4 Quintfluit 3 Octaaf 4
Speelfluit 4 Octaaf 2 Octaaf 2
Quint 3 Gemshoorn 2 Mixtuur 4 st
Octaaf 2 Sesquialter 2 st Bazuin 16
Cornet 3 st Scherp 4 st Cornet 4
Mixtuur 4 st Dulciaan 8 Ped. -1
Cymbel 3 st Clarinet 8
Trompet 8 Tremulant

 

Detailinformatie

8 december 1990 – Ingebruikneming van een ander orgel in de Gereformeerde Kerk Aalsmeer (de huidige Open Hof Kerk Aalsmeer). In onze kerk stond een elektro-pneumatisch werk van de firma C. Verweijs uit Amsterdam, gebouwd onder toezicht van de Orgel bouwadviescommissie der Geref. Organisten Vereniging en (mede op aanwijzingen van Mr. A. Bouman) geïntoneerd door dhr. Will Boegem uit Amstelveen. De ingebruikneming had plaats op 15 februari 1956. In later tijd was het met 10 stemmen uitgebreid door L. J. Kramer uit Boskoop, die hiervoor pijpwerk gebruikte van het afgedankte orgel uit de Geref. kerk te Boskoop.

Het huidige orgel werd voor ƒ 25.000,- aangekocht van de overtollig geworden (en inmiddels gesloopte) Geref. Westerkerk te Groningen, die dateerde van 1906. Een klein archief onderzoek door dhr. E. R. Helder heeft nog enige aanvulling geleverd op de schaarse gegevens die er over de geschiedenis van dit orgel bestaan. In 1906 werd een orgelfonds ingesteld en reeds op 14 september 1907 kon worden bericht, dat een orgel uit een Duitse kerk was aangekocht. Het werd geplaatst door de firma Koch, die toen te Barmen was gevestigd. Herkomst noch bouwer van het instrument worden in de stukken genoemd. Toch valt aan te nemen dat het moet stammen uit de regio in of rond het Wuppertal, maar het is twijfelachtig of de firma Ibach als de mogelijke bouwer kan worden aangemerkt. De ingebruikneming te Groningen volgde op woensdag 18 december 1907. Op 23 april 1908 besloot de Commissie van Beheer het onderhoud na afloop van het contract met de leverancier op te dragen aan M. Eert man, die ook de orgels van de Ebbingekerk, de Parklaankerk en de Zuider-kerk onderhield. In 1932 blijkt het orgel te worden gestemd door fa. Holtman & Leemhuis te Zuidbroek (die een agentschap had van Orgel-fabriek Gebr. Rohlfing te Osnabrück en zich in zijn briefhoofd ook presenteerde onder de naam ‘Chemische Fabriek De Lucifer’). Deze firma was ook al betrokken geweest bij de bouw van het Rohlfïng-orgel in de Noorderkerk te Groningen in 1923.

orgel_groningen

Bij de plaatsing te Groningen (of in de periode tussen 1907 en 1952) moeten er enkele kleine wijzigingen aan de dispositie van het positief hebben plaatsgehad. In een rapport door de organisten Joh. M. Vetter en L. Huizinga uit 1952 werden er namelijk op de plaats van een tongwerk op het tweede klavier (vermoedelijk een Fagot-Hobo) de strijkers Salicionaal 8′ en Voix céleste 8′ aangetroffen. Ook schijnt toen de Trompet 8′ van het pedaal verdwenen te zijn geweest. Alle drie werken waren geplaatst op afzonderlijke c- en cis-laden; de tractuur was mechanisch, de manualen hadden normale sleepladen, het pedaal echter een register-cancellade (‘Hahneniade’). De klaviatuur bevond zich aan één van de zijkanten. Als dispositie noteerde men op dat moment:

Hoofdwerk (man. U), C-f”: Prestant 8′, Bour­don 16′, Gedekt 8′, Portunaalfluit 8′, Gamba 8′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur 4 sterk (uit l 1/3′), Cornet 3 sterk (uit l 1/3′), Trompet 81 bas/discant.

Borstwerk [sic] (man. I), C-f”: Vioolprestant 8′, Lieflijk Gedekt 8′, Octaaf 4′, Fluit dolce 4′, Nachthoom 4′, Octaaf 2′, Salicionaal 8′, Voix céleste 8′ bas/discant [!]•

Pedaal, C-c’: Violon 16′, Subbas 16′, Prestant 8′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trompet 8′.

Manuaalkoppel. Pedaalkoppel. Tremulant.

Tot 1 oktober 1954 was de Westerkerk gemeenschappelijk bezit van de Geref. Kerk en de Vrijg. Geref. Kerk; op genoemde datum echter werd het gebouw eigendom van eerstgenoemde kerkgemeenschap alleen. Meteen daarna kwam Mense Ruiter met een plan tot verbetering van het orgel, kosten ƒ 31.000,-. Veertien registers zouden ongewijzigd worden overgenomen, zes registers moesten worden omgewerkt en negen nieuwe worden toegevoegd. De zinken Violon zou, bestreken met aluminiumverf, in het front van pedaaltorens komen te staan, terwijl er ook een rugpositief zou worden aangebracht in plaats van het bestaande onderpositief. De klaviatuur zou naar de voorkant verhuizen.

Het plan werd in gewijzigde vorm uitgevoerd. Op het hoofdwerk kwam de Gedackt te vervallen, terwijl een 3 sterke Cimbel en een Trompet 8′ werden toegevoegd. Het positief werd omgevormd tot een rugwerk met een secundair plenum, waarin nog slechts drie stemmen uit de oorspronkelijke dispositie waren opgenomen (één daarvan moet de oude Gedackt van het hoofdwerk geweest zijn, die op de plaats van de oorspronkelijke Holpijp kwam te staan). De pedaal-Subbas werd op een elektrische unit-lade gezet en met 17 tonen aangevuld om er ook een Gedekt 8′ aan te kunnen ontlenen; tegelijk werd daarmee ruimte gevonden voor een nieuwe Octaaf 2′ en een 4 sterke Mixtuur. De Bazuin 16′ werd vernieuwd, op de plaats van de verdwenen Trompet 8′ kwam een Cornet 4′. Zeer ingrijpend was de wijziging in de aanleg van de klavieren, die van de linkerzijkant naar de voorkant werden ver­plaatst, waarbij tevens het pedaal met vijf tonen werd uitgebreid tot f’.

Te Aalsmeer werd het orgel nu herplaatst door de firma Hendriksen & Reitsma te Nunspeet, waarbij slechts werd gestreefd naar vervanging van het inferieure van het inferieure Verweijs-orgel door een degelijk en goed bruikbaar nieuw instrument. De in de kerk bestaande nis was juist hoog genoeg voor de hoofdkas van het Groningse orgel. Het rugwerk werd nu als onderpositief in de onderbouw ondergebracht, het pedaal kreeg een plaats achter de kas. De zijwanden van de pedaaltorens konden worden gebruikt bij de vervaardiging van een achterwand. De wind-laden en toetsmechanieken werden waar nodig hersteld, de registerknoppen en -mechanieken moesten echter geheel worden vernieuwd. In de dispositie werden vijf registers uit het Verweijs-orgel opgenomen. Daarmee ontstond de volgende registerbezetting (in lade­volgorde):

Hoofdwerk (man. 1), C-f”: Prestant 8′ (grootste in het front, vanaf dis’ op de lade), Bourdon 16′ (C-b grenen, rest metaal), Portuneal [sic] 8′ (C-B grenen, open; vanaf klein c metaal, open; smal gelabiëerd, afwijkend 20e-eeuws mate­riaal), Viola di Gamba 8′ (geheel metaal; C-b met originele kastbaarden), Cornet 111 (discant; divers 20e-eeuws pijpwerk), Octaaf 4′, Quint 3′, Speelfluit 4′ (geheel conisch; inscriptie op C: Spitzflöte 4F), Octaaf 2′ (inscriptie op C: SuperOctav 2F), Cymbel 3 sterk (1959), Mixtuur 4 sterk (inscriptie op C l 1/3′: Mixtur 4 fach l 1/3), Trompet 8′ (1959; metalen kop­pen en bekers, in eiken/grenen stevelblok).

Onderpositief (man. H), C-f”: Prestant 4′ (1955, uit het vorige orgel; geheel op de lade), Holpijp 8′ (C-B grenen, vanaf c metaal; inscriptie op klein c: Gedackt 8F Manual), Octaaf 2′ (inscriptie op C: Superoctav Manual), Roerfluit 4′ (1959; metaal, enge mensuur, steeds korter wordende roeren; fis”-f”‘ conisch open), Quintadena 8′ (C-B in Holpijp; inscriptie op klein c: Nachthorn 2F), Quintfluit 2 2/3′ (in plaats van Quint l 1/3′; C-Gis met roeren Ivoorheen Roerfluit 4′|, A-f”‘ conisch open; door H&R uit pijpwerk van 1955 samen­gesteld), Gemshoorn 2′ (1959, conisch), Sesquialter 2 sterk (1959), Scherp 4 sterk (1959), Clarinet 8′ (uit Geref. kerk Boskoop; zinken stevels, koppen en bekers), Dulciaan 8′ (1959; bekers van spotted metal, metalen koppen in eiken/grenen stevelblok).

Pedaal, C-f: Subbas 16′ (1955; mahonie), Gedekt 8′ (1955; C-B mahonie, c-f metaal), Violon 16′ (C-f elektrolytisch zink met tinnen labia [voorheen in het front], 1959; fis-c’ grenen, cis’-f’ metaal; inscriptie op cis’: Salicional 8F c’), Octaaf 8′ (C-c’ grenen; cis’-f metaal; 1959), Octaaf 4′ (vanaf c’ 1959; inscriptie op C: Octav 4F C Pedal), Octaaf 2′ (1959), Mixtuur 4 sterk (1959), Bazuin 16′ (uit Geref. kerk Boskoop; C-dis’ met grenen stevels en bekers op volle lengte; metalen koppen; e’ en f met metalen koppen en bekers), Cornet 4′ (1959; grenen stevels en koppen; metalen bekers en koperen schoenen t.m. f).

Manuaalkoppel. Koppel hoofdwerk-pedaal.

Samenstelling vulstemmen:
Mixtuur hoofdwerk (originele samenstelling): C 1 1/3 1 2/3 1/2′, c 2 1 1/3 1 2/3′, c’ 22/3 2 1 1/3 1′, c” 4 22/3 2 1 1/3′.
Mixtuur pedaal: C 1 1/3 1 2/3 1/2′.
Scherp: C 1 2/3 1/2 1/3′, gis 1 1/3 1 2/3 1/2′,
fis’ 2 1 1/3 1 2/3′, e” 2 2/3 2 1 1/3 l’,
d’” 4 2 2/3 2 1 1/3′.
Cymbel: C 1/2 1/3 1/4′, gis 2/3 1/2 1/3′,
fis’ 1 2/3 1/2′, e” 1 1/3 1 2/3′, ais” 2 1 1/3 1′,
d’” 2 1 1/3′.
Cornet: c’ 2 2/3 2 1 3/5′.
Sexquialter: C 1 1/3 4/5′, ais 2 2/3 1 3/5′.

 

Video van het orgel en piano concert: Lente in de Open Hof Kerk 20 april 2012

 

 

 

Theo Griekspoor speelt op het orgel van de Open Hof Kerk:

 

 

 

Theo speelt op de vleugel van de Open Hof Kerk:

 

 

Tags:, ,

Comments Geen reacties »

Advent

De kleur van het kleed is paars.
Paars heeft de betekenis van ingetogenheid, boete en rouw.
De adventstijd is een tijd van verwachting, waarin we uitzien naar de komst van de Messias en Zijn Rijk.
Het ontwerp voor deze periode is een inspiratie op Jesaja 35. “De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis”, aldus de NBG vertaling. De ontwerpers hebben zich echter laten leiden door de Statenvertaling die “roos” vertaalde.

Kerst

De kleur van het kleed is wit.Wit is de enige bijbelse kleur en duidt op reinheid, schoongewassen zijn, licht en feest. Op het Kerstfeest vieren we de geboorte van Jezus.
Het ontwerp: De wereld verloren in schuld is donker. Maar Gods verbond met de mensen, uitgebeeld in de regenboog n.a.v. het verhaal van Noach (genesis 9:8-17) wordt vernieuwd in de komst van Gods Zoon. De ster van David zal de wereld verlichten!

40 dagen tijd.

De kleur van het kleed is paars.
Paars is de kleur van ingetogenheid, boete en rouw. De 40-dagen zijn een periode van versobering en inkeer als voorbereiding op het Paasfeest. We denken in deze tijd aan het lijden en sterven van Jezus Christus! In het ontwerp ziet u een latijns kruis. Het kruis symboliseert het lijden van Jezus.
De twee opgeheven handen symboliseren het menselijk verlangen naar hulp. Door het kruis begint een nieuw leven. Een nieuw licht, zoals te zien is aan de stralen van de zon op het kleed.

Pasen

Wit duidt op reinheid , schoongewassen zijn, licht en feest. Pasen is het feest van de herrijzenis, Jezus Christus de gestorvene, wat meer is de opgewekte. In het ontwerp zien we het open graf met daarin het Lam Gods, dat als overwinnaar van de dood de zonden der wereld draagt. (1 Korinthiërs 5:7 en Johannes 1:36). De opkomende zon is het beeld van de overwinning van de opgestane Heer (Maleachi 4:2). De korenaar is het beeld van leven door de dood heen. (Johannes 12:24).

Pinksteren

De kleur van het kleed is rood.
Rood is de kleur van vuur, heenwijzend naar de Heilige Geest. Ook is rood de kleur van bloed, heenwijzend naar het martelaarschap. Pinksterfeest is het feest waarop we de uitstorting van de Heilige Geest vieren.
Het ontwerp: De wereldbol is een teken van de wereldwijde uitsraling van het evangelie (mattheüs 28:18-19). De duif, het symbool voor de Heilige Geest (n.a.v. mattheüs 3:16), zet heel die wereld in vuur en vlam.

Feestloze tijd

De kleur van het kleed is groen. Groen is de kleur van hoop, groei en toekomst. Na Kerst en Pinksteren, feesten waarop de blijde boodschap op tal van manier is verkondigd, gaan we verder de tijd door, de wereld in. We noemen deze tijd “feestloos”. Maar bestraald door de warmte van het evangelie kunnen we getuigen van de hoop die in ons is en mogen we leven vanuit de tekenen van brood en wijn. Het ontwerp: De druiventros verwijst naar de goede toekomst (numeri 13). Het brood en de twee vissen zijn het symbool voor de gaven van de Heer (johannes 6:9).

Tags:, , , , , , ,

Comments Geen reacties »

De tweemaal twee ramen die ter weerszijden van het kruis prijken zijn bij de opening van het kerkgebouw door vrouwen uit de gemeente geschonken. De Haagse kunstschilder Jan Goeting heeft het ontwerp gemaakt, nadat vanuit Aalsmeer de hoofdgedachte aan de hand was gedaan. Deze is samen te vatten in de volgende vier trefwoorden: Schepping, Val, Verlossing en Voleinding.

De ramen zijn van zeer dik glas. De matte figuren zijn verdunningen met een zandstraal erin aangebracht. De gekleurde delen zijn op de ruiten gekit.

Het meest linkse raam toont een hand, die als ‘t ware keurt en erop wijst, dat God zag al wat Hij gemaakt had, en zie het was zeer goed. De aarde bloeit in prille schoonheid en alles ademt vrede: vandaar de duif.Het raam er naast duidt de zondeval aan. De bloei van de schepping is verdwenen en de hand van de mens hangt machteloos neer. Bovenin wijst een gebroken hart op de breuk die door de mens in de geschapen wereld is geslagen. Zelf is hij onbekwaam tot enig goed.
Het derde raam vertoont het kruis der verlossing, dat niet enkel de mens, maar al het geschapene bevrijdt van de vloek. Wie zich verlangend uitstrekt naar Christus’ kruis, wordt verlost. En mét de mens het heelal, dat hier is verzinnebeeld door de stralende zon, maan en sterren.Op het vierde raam zien wij de vernieuwde wereld, herinnerend aan de oude schepping, maar verheerlijkt in een eeuwige reinheid. De volle bloei van de komende nieuwe wereld is voorgoed met eer gekroond en aan de vrede voor altijd doet de duif ons denken.

 

De geschiedenis der mensheid en de historie van Gods heil zien wij in deze vier ramen voor ons. Zij zijn een mooi en treffend leerzaam bezit.

bron: Jaarboekje 1968/69

 

Tags:, , , , , ,

Comments Geen reacties »