De gebrandschilderde ramen uit de Zuiderkerk

Na een grondige reiniging en plaatsing in een nieuwe omlijsting, hebben de 4 gebrandschilderde glas in lood ramen uit de Zuiderkerk een nieuwe plaats in de Open Hof Kerk gekregen.


Op 11 november 1953 werden deze ramen door Prof. Berghoef aan de Zuiderkerk geschonken. Aardig om te lezen is -in het verslag uit het kerkblad van 14 november 1953- wat de ramen voorstellen en de manier waarop dit geschenk tot stand kwam:Vier gebrandschilderde ramen aangeboden.

Het was voor de Ned. Herv. Gemeente in Zuid op woensdag 11 november 1953 een zeer belangrijke dag. Op die dag werd door Prof. Berghoef een geschenk aangeboden voor de Zuiderkerk.

En wat een geschenk. Het bestaat uit vier gebrand-schilderde ramen, voorstellende de vier Evangelisten Mattheus, Markus, Lukas en Johannes. Dat de gemeente hiervan onkundig is gebleven vindt zijn oorzaak in het verzoek van Prof. Berghoef deze aanbieding in beperkte kring te doen plaatsvinden.

Woensdagmorgen 11 uur hadden zich in de Zuiderkerk verenigd: het vrijwel voltallige college van kerkvoogden en notabelen, Ds. Heymans, Prof. Berghoef, Ir. H. Klarenbeek en de heer J.P. Berghoef, vergezeld van hun echtgenoten. Door Prof. Berghoef werd een uiteenzetting gegeven hoe men reeds in de grijze oudheid in verschillende kunstwerken van religieuze oorsprong de vier Evangelisten uitbeeldde, Mattheus als een engel, Markus als een leeuw, Lukas als een os of stier en Johannes als een arend of adelaar. Op verzoek van Prof. Berghoef werd door Ds. Heymans op Schriftuurlijke gronden aangetoond hoe men tot deze symbolische uitbeelding was gekomen. De oorsprong wordt gevonden in het gezicht van de profeet Ezechiël , het bekende en toch zo onbegrijpelijke nachtgezicht, waar de profeet een voorstelling geeft van het gezicht en dan schrijft: het eerste had het aangezicht van een mens of engel, het tweede het aangezicht van een leeuw, het derde het aangezicht van een rund en het vierde het aangezicht van een arend of adelaar. Dit heeft de oude Christelijke kerk overgebracht op de vier Evangelisten, vandaar deze voorstelling.

Door Prof. Berghoef werd nog medegedeeld dat de kunstenaressen, de ontwerpster en maakster van de ramen, Mevr. Schilt-Geesink, zeer tot haar spijt niet aanwezig kon zijn.

Door de President-Kerkvoogd werd daarna met een woord van hartelijke dank het geschenk aanvaard, waarbij hij de wens uitsprak dat deze ramen tot in de verre toekomst een sierraad mogen blijven voor de Zuiderkerk.

Nadat nog gezamenlijk gezongen was Gez. 113 vers 1 en 5: “Heugelijke tijding” en “woord waarop wij bouwen”, was deze korte en toch zo belangrijke plechtigheid ten einde.

Tenslotte, overtuigd namens de gehele gemeente te spreken, een woord van bijzondere dank aan de schenker van deze ramen, die daarmede getoond heeft zijn liefde voor Aalsmeer en zijn interesse voor de Zuiderkerk.

P.v.d. Meer., Pres.-Kerkvoogd.

De kunstenares Femina (Femmy) Schilt-Geesink (1908-1988) heeft meer dan 150 ramen in openbare gebouwen kerken, gemeentehuizen, scholen en musea op haar naam staan en wordt omschreven als een muzikale wiskundige mystica (beoefenaarster van de mystiek: geheimzinnig, o.a. het hartstochtelijk streven naar vereniging van de ziel met God).

Naast haar scheppingsdrang speelde zij ook voortreffelijk piano. Dat bracht haar er  aanvankelijk toe een muziekopleiding te volgen aan het Amsterdams Conservatorium. Het werd echter de Rijksacademie van Beeldende kunsten. Het zelf scheppende kreeg voorrang bij het herscheppende auditieve. Muziek bleef een grote inspiratiebron. Melodie, harmonie en ritme trof zij aan bij de Kathedraalbouwers uit de Middeleeuwen en zij verwerkte die drie-eenheid veelvuldig in haar composities.
Voor zover is na te gaan, is Aalsmeer -naast de 4 glas-in-lood vensters uit de Zuiderkerk- nog drie kunstwerken van haar hand rijk. Zo dook bij de verbouwing in het Oude Raadhuisje in het jaar 2000 een wandschildering (op hout) en twee glas-in-lood vensters uit 1950 weer op, die vervolgens verhuist werden naar het gemeentehuis.

 

Een glas-in-lood venster werd als dank van de gemeente Lent (nu een deel van de gemeente Nijmegen) aan Aalsmeer aangeboden, omdat na de bevrijding, de Aalsmeerse kwekers Lent van glas (toen een schaars artikel) voor hun kassen voorzag (Links)In de onderste 6 vakken ziet men het gezin (Aalsmeer), waar een knaapje (Lent) hongerig en ontredderd binnentreed (zie het gebaar van zijn vragende handen). Daarboven geeft de moeder het dagelijkse brood, terwijl de vader zaadkorrels schenkt opdat het leven in Lent zich kan voortzetten, “omdat die zelve weet en ziet allen vertroosten kan” (nu te zien in het trappenhuis van het gemeentehuis).
Het andere glas-in-lood venster (1950) werd geschonken door de busonderneming Maarse & Kroon (rechts). De voorstelling verwijst hier symbolisch naar Aalsmeer en de bloemen. In vier figuren zijn de elementen aarde, water, vuur en lucht uitgebeeld. De zittende vrouwenfiguur verwijst naar de aarde, de groeikracht, die pas tot recht komt door water. Daar bovenuit stijgt de figuur die de fakkel draagt. De vlam gaat over in de gestalte in de lucht, de bevrijde mens die naar alle zijden haar bloemen uitstrooit. De kleuren van het glas zijn zwaar en donker; men mocht er van buitenaf niet doorheen hunnen zien. Rechts onderin is een gedicht van Guido Gezelle (1830-1899) opgetekend:Milde en goed

Zo wilde ik wezen

Als de riekende eerdebezen

Als de lelie blank en fijn

Geurig als de rosmarijn.

(nu te zien in het trappenhuis van het gemeentehuis)

Op de wandschildering (links) staat een kaart van Aalsmeer afgebeeld:

waarop omgeven door voorstellingen die corresponderen met de levenscyclus: geboorte, puberteit, huwelijk, ouderschap en dood. Bij al deze rituelen worden Aalsmeerse bloemen gebruikt. De geblinddoekte Vrouwe Justitie zweeft boven de voorstelling met rode en witte bloemen in de weegschaal als symbool dat de gerechtigheid zich niet laat leiden door uiterlijke schijn (nu te zien in de benedengang van het gemeentehuis).

Tenslotte: Haar man Johan Lodewijk Schilt -ook glazenier- is ver in de negentig en woont al jaren in het vegetarisch verzorgingshuis Felixoord in Oosterbeek. In 2008 besloot hij dat het de hoogste tijd werd om het werk van zijn in 1988 overleden vrouw Femmy in een boek te beschrijven. ‘Het verhaal achter haar Ramen. Ode aan Femmy Geesink’,

ISBN 978-90-78215-53-0, Uitgeverij Kontrast Oosterbeek.

En vergeet vooral niet eens te ” Google” op Internet, want ook daar is nog veel over haar en haar werk te vinden.

Dionijs Brugman, 24 maart 2010